COMMUNIQUÉ DE PRESSE

par KBC (EBR:KBC)

KBC Groep: Resultaat tweede kwartaal van 1 152 miljoen euro

KBC Groep: Resultaat tweede kwartaal van 1 152 miljoen euro

KBC Groep – overzicht (geconsolideerd, IFRS)2KW20261KW20262KW20251H20261H2025
Nettoresultaat (in miljoenen euro)1 1525571 0181 7091 564
Gewone winst per aandeel (in euro)2,831,322,504,153,82
Nettoresultaat per divisie (in miljoenen euro)
België7473176071 063888
Tsjechië272223240494447
Internationale Markten24099237339372
Groepscenter-106-82-65-188-143
Eigen vermogen van de aandeelhouders per aandeel (in euro, per einde periode)64,364,758,964,358,9

Persbericht

Buiten beurstijd - Gereglementeerde informatie*

Brussel, 6 augustus 2026 (07.00 CEST)

"We boekten een uitstekende nettowinst van 1 152 miljoen euro in het tweede kwartaal van 2026. Vergeleken met het vorige kwartaal profiteerden onze totale opbrengsten van hogere nettorente-inkomsten, verzekeringsinkomsten en nettoprovisie-inkomsten, een hoger trading- en reëlewaarderesultaat en de seizoenspiek in dividendinkomsten, terwijl alleen de overige netto-inkomsten daalden. Onze kredietportefeuille groeide autonoom met 3% ten opzichte van het vorige kwartaal en met maar liefst 7% jaar-op-jaar. Als we de volatiele kortetermijndeposito's met lage marges bij de buitenlandse vestigingen van KBC Bank buiten beschouwing laten, stegen de klantendeposito's autonoom met 2% ten opzichte van het vorige kwartaal en met 4% ten opzichte van een jaar geleden. De exploitatiekosten waren aanzienlijk lager dan in het vorige kwartaal, doordat het grootste deel van de bank- en verzekeringsheffingen voor het hele jaar – zoals gebruikelijk – in het eerste kwartaal werd geboekt. Als we de bank- en verzekeringsheffingen buiten beschouwing laten, daalden de exploitatiekosten licht kwartaal-op-kwartaal. Op een year-to-date basis waren de exploitatiekosten in lijn met onze verwachtingen voor 2026. De lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten na herverzekering stegen, evenals de niet-kredietgerelateerde waardeverminderingen. De waardeverminderingen op kredieten daalden daarentegen aanzienlijk ten opzichte van het vorige kwartaal. Als gevolg daarvan kwam onze year-to-date kredietkostenratio uit op een gunstige 11 basispunten in de eerste helft van 2026, wanneer de reserve voor geopolitieke en macro-economische onzekerheden en de recente overname van 365.bank buiten beschouwing worden gelaten.

Als we de resultaten van het eerste en tweede kwartaal bij elkaar optellen, komt onze nettowinst voor de eerste helft van 2026 uit op 1 709 miljoen euro, een stijging van 9% ten opzichte van een jaar geleden. De recente overnames van 365.bank in Slowakije en Business Lease in Tsjechië en Slowakije droegen 29 miljoen euro bij aan ons halfjaarresultaat.

Onze solvabiliteitspositie bleef sterk, met een unfloored fully loaded common equity ratio volgens Bazel IV van 14,4% eind juni 2026. We hebben ook onze tweede significant risk transfer-transactie (SRT) met betrekking tot een portefeuille bedrijfskredieten van 1,25 miljard euro succesvol afgerond, wat heeft geleid tot een besparing van 0,7 miljard euro aan risicogewogen activa. Onze liquiditeitspositie bleef ook erg sterk, zoals blijkt uit een LCR van 158% en een NSFR van 133%. In overeenstemming met ons dividendbeleid zullen we in november 2026 een interim-dividend van 1 euro uitkeren als voorschot op het totale dividend over het boekjaar 2026. Verder hebben we besloten om onder andere onze verwachting voor de nettorente-inkomsten voor 2026 te verhogen naar ‘ongeveer 7,05 miljard euro’, tegenover ‘minstens 6 725 miljoen euro’ voorheen, en onze verwachting voor de totale opbrengsten voor 2026 naar ‘ongeveer + 11,0% jaar-op-jaar’, tegenover ‘minstens + 9,9% jaar-op-jaar’ voorheen.

We blijven vooroplopen op het gebied van digitale innovatie en daarbij speelt Kate een centrale rol in het leveren van snellere, slimmere en persoonlijkere diensten aan onze klanten. Tot op heden heeft Kate al 6,2 miljoen klanten bereikt in onze kernmarkten, waarbij gemiddeld ongeveer 75% van de vragen van klanten zelfstandig wordt opgelost. Dat komt overeen met een werklast van meer dan 400 voltijdse commerciële medewerkers, waardoor onze teams meer tijd kunnen besteden aan het helpen van onze klanten bij complexere vragen en het geven van waardevol advies op belangrijke momenten in hun leven. Ons uiteindelijke doel is om er voor onze klanten te zijn wanneer het ertoe doet en hen te ondersteunen met oplossingen voor wonen, mobiliteit, reizen en de vele andere momenten daartussenin. Tot nu toe heeft onze ecosfeer ‘MyMobility’ al bijna 390 000 klanten aangetrokken in België (wat heeft geleid tot een stijging van ruwweg 40% in het marktaandeel voor autoleningen sinds november 2025) en Tsjechië, terwijl 60 000 klanten in België zich al hebben aangemeld in de ecosfeer ‘MyHome’. In deze ecosferen kunnen klanten terecht voor nuttige informatie, begeleiding, ondersteuning en simulaties – in toenemende mate ondersteund door Kate – voor hun vragen over mobiliteit en huisvesting, terwijl de digitale interactie met de klant KBC nuttige leads oplevert om contact te leggen en verder in gesprek te gaan. Om hierover meer inzicht te geven, zullen we de gebruikelijke conference call over de resultaten van het vierde kwartaal en het boekjaar 2026 op donderdag 11 februari 2027 uitbreiden met een thema-event over de digitale transformatie van onze groep, en, daaraan gekoppeld, nieuwe financiële en niet-financiële guidance.

Tot slot wil ik al onze klanten, werknemers, aandeelhouders en andere stakeholders oprecht bedanken voor hun vertrouwen en steun. Dat vertrouwen en die steun zijn en blijven van fundamenteel belang voor het succes van onze groep, nu en in de toekomst."

Johan Thijs, Chief Executive Officer

Financiële hoofdlijnen van het tweede kwartaal van 2026

  • De nettorente-inkomsten stegen met 8% kwartaal-op-kwartaal en met 20% jaar-op￾jaar (17% jaar-op-jaar op autonome basis, d.w.z. exclusief de recente overnames van 365.Bank en Business Lease). De nettorentemarge voor het tweede kwartaal van 2026 bedroeg 2,23%, een stijging met 6 basispunten ten opzichte van het vorige kwartaal en met 15 basispunten jaar-op-jaar (13 basispunten op autonome basis). De kredietvolumes stegen autonoom met 3% ten opzichte van het vorige kwartaal en met 7% jaar-op-jaar. Als we de volatiele kortetermijndeposito's met lage marges bij de buitenlandse vestigingen van KBC Bank buiten beschouwing laten, stegen de klantendeposito's autonoom met 2% ten opzichte van het vorige kwartaal en met 4% ten opzichte van een jaar geleden.
  • Het verzekeringstechnisch resultaat (verzekeringsinkomsten vóór afgestane herverzekering - lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten vóór afgestane herverzekering + nettoresultaat uit afgestane herverzekering) bedroeg 170 miljoen euro, tegenover 172 miljoen euro in het vorige kwartaal en 166 miljoen euro in hetzelfde kwartaal vorig jaar. Het resultaat voor het beschouwde kwartaal bestaat uit 111 miljoen euro voor schadeverzekeringen en 58 miljoen euro voor levensverzekeringen. De gecombineerde ratio voor schadeverzekeringen voor het eerste halfjaar van 2026 kwam uit op een uitstekende 85%, tegenover 87% voor het boekjaar 2025. De verkoop van schadeverzekeringsproducten groeide met 10% jaar-op-jaar, terwijl de verkoop van levensverzekeringen met 30% daalde ten opzichte van het hoge niveau van vorig kwartaal en met 24% steeg ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar. In de eerste helft van 2026 steeg de verkoop van schade- en levensverzekeringen met respectievelijk 9% en 18% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
  • De nettoprovisie-inkomsten stegen met 4% ten opzichte van het vorige kwartaal en met 14% ten opzichte van een jaar geleden (11% op autonome basis). Het beheerde vermogen steeg met 10% ten opzichte van het vorige kwartaal en met 17% jaar-op￾jaar.
  • Het trading- en reëlewaarderesultaat en de verzekeringsfinancieringsbaten of - lasten stegen met 26 miljoen euro ten opzichte van het vorige kwartaal en daalden met 58 miljoen euro ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar. De overige netto￾inkomsten waren in lijn met de normale run rate. De dividendinkomsten stegen ten opzichte van het vorige kwartaal, omdat het grootste deel van de dividendinkomsten traditioneel in het tweede kwartaal van het jaar wordt ontvangen.
  • Als we het wisselkoerseffect buiten beschouwing laten, daalden de exploitatiekosten exclusief bank- en verzekeringsheffingen met 1% kwartaal-op-kwartaal en stegen ze met 6% jaar-op-jaar (5% op autonome basis). De bank- en verzekeringsheffingen bedroegen 64 miljoen euro, aanzienlijk minder dan de 549 miljoen euro die in het vorige kwartaal werd geboekt, omdat het eerste kwartaal van het jaar traditioneel het grootste deel van deze heffingen voor het hele jaar omvat. De kosten-inkomstenratio voor het eerste halfjaar van 2026 bedroeg 43%, tegenover 46% voor heel 2025. Bij die berekening zijn bepaalde niet-operationele posten buiten beschouwing gelaten en zijn de bank- en verzekeringsheffingen gelijkmatig over het jaar gespreid. Als we alle bank￾en verzekeringsheffingen buiten beschouwing laten, bedroeg de kosten-inkomstenratio 40% voor het eerste halfjaar van 2026, tegenover 41% voor heel 2025.
  • De waardeverminderingen op kredieten bedroegen in het verslagkwartaal 66 miljoen euro en omvatten 53 miljoen euro voor de kredietportefeuille (een daling ten opzichte van de 89 miljoen euro die in het vorige kwartaal werd geboekt), en een toename van 13 miljoen euro in de reserve voor geopolitieke en macro-economische onzekerheden (aanzienlijk minder dan de toename van 75 miljoen euro in het vorige kwartaal, die het gevolg was van de boeking van een management overlay in verband met de geopolitieke onrust). Als we de reserve voor geopolitieke en macro-economische onzekerheden en het effect van de overname van 365.bank buiten beschouwing laten, kwam de kredietkostenratio voor het eerste halfjaar van 2026 uit op 0,11%, tegenover 0,13% voor heel 2025. De waardeverminderingen op andere activa dan kredieten bedroegen in het verslagkwartaal 69 miljoen euro (en hebben voornamelijk betrekking op software in België en modificationverliezen in Hongarije – zie hieronder), tegenover 1 miljoen euro in het vorige kwartaal en 8 miljoen euro in hetzelfde kwartaal van vorig jaar.
  • Onze liquiditeitspositie bleef sterk met een LCR van 158% en NSFR van 133%. Onze kapitaalbasis bleef stevig, met een unfloored fully loaded common equity ratio van 14,4%*

* De ‘unfloored’ fully loaded common equity ratio houdt rekening met de totale impact van Bazel IV op de risicogewogen activa, exclusief de impact van de output floor.

Overzicht van resultaten en balans

1 Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening wordt ook ‘Trading en reëlewaarderesultaat’ genoemd en Bijzondere waardeverminderingen op financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs en tegen reële waarde via other comprehensive income wordt ook ‘Waardeverminderingen op kredieten’ genoemd.

2 Gebaseerd op tangible eigen vermogen, is dat 18% voor 1H2026 en 16% voor heel 2025.

3 De ‘unfloored’ fully loaded common equity ratio houdt rekening met de totale impact van Bazel IV op de risicogewogen activa, exclusief de impact van de output floor.

Geconsolideerde winst-en-verliesrekening, IFRS, KBC Groep (vereenvoudigd; in miljoenen euro)2KW20261KW20264KW20253KW20252KW20251H20261H2025
Nettorente-inkomsten1 8051 6721 6081 5271 5093 4772 930
Verzekeringsinkomsten vóór afgestane herverzekering8688438308107881 7111 561
Niet-leven7317067056886671 4371 316
Leven136137125122121273246
Dividendinkomsten42112312335342
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening1 en Verzekeringsfinancieringsbaten of -lasten-92-118-22-62-34-211-79
Nettoprovisie-inkomsten7587297257076671 4871 357
Overige netto-inkomsten5089394777139143
Totale opbrengsten3 4313 2253 2033 0413 0416 6565 955
Exploitatiekosten (exclusief rechtstreeks toerekenbaar aan verzekeringscontracten)-1 128-1 599-1 133-1 055-1 020-2 727-2 518
Totale exploitatiekosten zonder bank- en verzekeringsheffingen-1 209-1 214-1 224-1 143-1 125-2 423-2 232
Totale bank- en verzekeringsheffingen-64-549-51-49-27-613-566
Min: exploitatiekosten toegerekend aan lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten145164142138132309280
Lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten vóór afgestane herverzekering-683-644-638-643-608-1 328-1 230
Waarvan betaalde verzekeringsprovisies-113-110-114-109-105-223-206
Niet-leven-606-561-573-578-541-1 168-1 084
Leven-77-83-65-66-67-160-146
Nettoresultaat afgestane herverzekering-14-27-26-25-15-42-24
Bijzondere waardeverminderingen-135-165-120-51-124-300-162
waarvan: op financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs en tegen reële waarde via other comprehensive income1-66-164-73-45-116-231-155
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint-ventures3232142
Resultaat vóór belastingen1 4737911 2891 2691 2752 2642 022
Belastingen-319-235-285-267-257-554-458
Resultaat na belastingen1 1535571 0031 0031 0181 7101 564
toerekenbaar aan minderheidsbelangen2001010
toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij1 1525571 0031 0021 0181 7091 564
Gewone winst per aandeel (in euro)2,831,322,442,442,504,153,82
Verwaterde winst per aandeel (in euro)2,831,322,442,442,504,153,82
Kerncijfers geconsolideerde balans, IFRS, KBC Groep (in miljoenen euro)30-06-202631-03-202631-12-202530-09-202530-06-2025
Balanstotaal412 249396 820397 372383 338390 669
Leningen en voorschotten aan klanten221 636214 487208 612206 113202 031
Effecten (eigen vermogen- en schuldinstrumenten)96 10093 75788 98085 31085 490
Deposito’s van klanten251 478246 450237 868232 462236 626
Verplichtingen uit verzekeringscontracten18 11817 55917 42317 15217 022
Schulden m.b.t. beleggingscontracten, verzekeringen18 68816 87716 99816 43315 757
Totaal eigen vermogen28 14728 28527 98527 01926 229
Selectie van ratio’s, KBC Groep (geconsolideerd)1H2026FY2025
Rendement op eigen vermogen (excl. niet-operationele posten posten en bij gelijke spreiding van de bank- en verzekeringsheffingen over het jaar)216%15%
Kosten-inkomstenratio, groep
- excl. bepaalde niet-operationele posten en bij gelijke spreiding van de bank- en verzekeringsheffingen over het jaar
- excl. volledige bank- en verzekeringsheffingen
43%
40%
46%
41%
Gecombineerde ratio, niet-levensverzekeringen85%87%
Common equity ratio (CET1), fully loaded (Bazel IV, Danish Compromise, unfloored3)14,4%14,9%
Kredietkostenratio
- exclusief de reserve voor geopolitieke en macro-economische onzekerheden en de recent overgenomen 365.bank
- inclusief de reserve voor geopolitieke en macro-economische onzekerheden en de recent overgenomen 365.bank
0,11%
0,17%
0.13%
0.13%
Ratio impaired kredieten1,8%1.8%
waarvan impaired kredieten > 90 dagen achterstallig1,0%0.9%
Net stable funding ratio (NSFR)133%138%
Liquidity coverage ratio (LCR)158%159%

Analyse van het tweede kwartaal van 2026

Totale opbrengsten: 3 431 miljoen euro
+6% kwartaal-op-kwartaal en +13% jaar-op-jaar

De nettorente-inkomsten bedroegen 1 805 miljoen euro, een stijging van 8% kwartaal-op-kwartaal en 20% jaar-op￾jaar (17% jaar-op-jaar op autonome basis, d.w.z. exclusief het effect van de recente overnames van 365.bank en Business Lease).

De groei van 8% ten opzichte van het vorige kwartaal was voornamelijk te danken aan een hoger resultaat uit commerciële transformatie, hogere inkomsten uit kredietverlening (positief effect van het toenemende kredietvolume en een eenmalige post in Hongarije, grotendeels tenietgedaan door het negatieve effect van margedruk in de meeste kernmarkten), aanzienlijk hogere rente-inkomsten uit inflatiegerelateerde obligaties en een hoger aantal dagen in het kwartaal, en deels tenietgedaan door hogere wholesalefinancieringskosten. De stijging van 20% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar was voornamelijk toe te schrijven aan een veel hoger resultaat uit commerciële transformatie, hogere inkomsten uit kredietverlening, hogere rente-inkomsten uit inflatiegerelateerde obligaties, hogere rente-inkomsten uit de dealingroom en, in mindere mate, hogere rente-inkomsten uit kortlopende cashmanagementactiviteiten, lagere kosten verbonden aan de minimaal vereiste reserves aangehouden bij de centrale banken en hogere rente-inkomsten uit termijndeposito’s van klanten.

De nettorentemarge voor het tweede kwartaal van 2026 bedroeg 2,23%, een stijging met 6 basispunten ten opzichte van het vorige kwartaal en met 15 basispunten jaar-op-jaar (13 basispunten op autonome basis). Het volume van klantenkredieten bedroeg 222 miljard euro, een stijging met 3% ten opzichte van het vorige kwartaal en met 10% ten opzichte van vorig jaar. De recente overnames buiten beschouwing gelaten, steeg het kredietvolume autonoom met 3% tegenover het vorige kwartaal en met 7% jaar-op-jaar, met groei in elk kernland. De klantendeposito's bedroegen 251 miljard euro en zijn, op het eerste gezicht, 2% gestegen kwartaal-op-kwartaal en 6% jaar-op-jaar. Op autonome basis, en als we de volatiele kortetermijndeposito's met lage marges bij de buitenlandse vestigingen van KBC Bank buiten beschouwing laten (die een gevolg zijn van cashmanagementopportuniteiten op korte termijn), stegen de klantendeposito's met 2% kwartaal-op-kwartaal en met 4% jaar-op-jaar.

Voor een indicatie van de verwachte nettorente-inkomsten in 2026 (geactualiseerd) en de volgende jaren verwijzen we naar het deel 'Onze verwachtingen'.

Het verzekeringstechnisch resultaat (verzekeringsinkomsten vóór afgestane herverzekering - lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten vóór afgestane herverzekering + nettoresultaat uit afgestane herverzekering; deze laatste twee posten maken geen deel uit van de totale opbrengsten) bedroeg 170 miljoen euro en bestaat uit 111 miljoen euro voor schadeverzekeringen en 58 miljoen euro voor levensverzekeringen.

Het verzekeringstechnisch resultaat voor schadeverzekeringen daalde met 6% ten opzichte van het vorige kwartaal, voornamelijk als gevolg van hogere lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten (onder meer door hogere schadeclaims in verband met stormen en industriële branden), maar grotendeels gecompenseerd door hogere verzekeringsinkomsten en een beter herverzekeringsresultaat. Jaar-op-jaar daalde het resultaat met 1%, omdat de hogere lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten bijna volledig werden gecompenseerd door de stijging van de verzekeringsinkomsten. Het resultaat uit levensverzekeringen steeg met 9% ten opzichte van het vorige kwartaal, voornamelijk dankzij lagere lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten, en met 10% jaar-op-jaar doordat de stijging van de verzekeringsinkomsten de hogere lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten ruimschoots compenseerde.

De gecombineerde ratio voor schadeverzekeringen kwam uit op 85% voor de eerste zes maanden van het jaar, tegenover 87% voor het boekjaar 2025. De verkoop van schadeverzekeringen (bruto geboekte premies) kwam uit op 739 miljoen, 10% meer dan een jaar geleden, met groei in alle landen en alle belangrijke verzekeringstakken. De verkoop van levensverzekeringsproducten bedroeg 813 miljoen euro, een daling van 30% ten opzichte van het zeer hoge niveau van het vorige kwartaal, voornamelijk door de lagere verkoop van tak 23-verzekeringsproducten en, in mindere mate, de lagere verkoop van producten met rentegarantie (tak 21). De verkoop van levensverzekeringen steeg met 24% ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar, in belangrijke mate dankzij een stijging van de verkoop van tak 23-producten. In totaal bedroeg het aandeel van tak 21- en tak 23-producten in onze verkoop van levensverzekeringen in het afgelopen kwartaal respectievelijk 40% en 53%, waarbij de rest bestond uit hybride producten (voornamelijk in België en Tsjechië).

Voor een indicatie van de verwachte verzekeringsinkomsten in 2026 (geactualiseerd) en de volgende jaren, en van de gecombineerde ratio, verwijzen we naar het deel 'Onze verwachtingen'.

De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 758 miljoen euro, dat is een stijging van 4% kwartaal-op-kwartaal en van 14% jaar-op-jaar (11% op autonome basis).

De stijging van 4% kwartaal-op-kwartaal was voornamelijk toe te schrijven aan hogere vergoedingen uit vermogensbeheeractiviteiten (grotendeels als gevolg van hogere beheersvergoedingen en, in mindere mate, hogere instapvergoedingen en hogere distributievergoedingen voor beleggingsfondsen) en hogere vergoedingen uit bankactiviteiten (mede dankzij hogere vergoedingen voor betalingsdiensten en netwerkinkomsten). De stijging van 14% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar was voornamelijk toe te schrijven aan aanzienlijk hogere vergoedingen uit vermogensbeheeractiviteiten, en in mindere mate aan hogere vergoedingen uit bankactiviteiten (hogere vergoedingen voor betalingsdiensten, netwerkinkomsten en effectendiensten, deels gecompenseerd door onder meer SRT-gerelateerde couponkosten).

Eind juni 2026 bedroeg ons totale beheerde vermogen 328 miljard euro, een stijging van 10% kwartaal-op-kwartaal als gevolg van de positieve marktprestaties tijdens het kwartaal (+ 10 procentpunten) en het positieve effect van de netto-instroom (+ 1 procentpunt). Het beheerde vermogen steeg met 17% jaar-op-jaar, waarbij de netto-instroom goed was voor 4 procentpunten en de positieve marktprestaties tijdens de afgelopen 12 maanden voor 13 procentpunten.

Het trading- en reëlewaarderesultaat en de verzekeringsfinancieringsbaten of -lasten bedroegen - 92 miljoen euro, een stijging van 26 miljoen euro kwartaal-op-kwartaal maar een daling van 58 miljoen euro jaar-op-jaar. De stijging ten opzichte van het vorige kwartaal was voornamelijk het gevolg van een hoger resultaat uit derivaten gebruikt voor balansbeheer (in beperkte mate tenietgedaan door iets lagere dealingroominkomsten en negatievere marktwaardeaanpassingen (xVA)), terwijl de daling ten opzichte van vorig jaar deels te wijten was aan lagere dealingroominkomsten en negatievere marktwaardeaanpassingen.

De resterende overige inkomsten omvatten 42 miljoen euro dividendinkomsten (aanzienlijk meer dan in het vorige kwartaal, omdat het grootste deel van de dividendinkomsten traditioneel in het tweede kwartaal wordt ontvangen) en 50 miljoen euro overige netto-inkomsten (in lijn met de normale run rate).

Exploitatiekosten exclusief bank- en verzekeringsheffingen: 1 209 miljoen euro
licht gedaald kwartaal-op-kwartaal en +7% jaar-op-jaar (+6% zonder wisselkoerseffect)

De exploitatiekosten exclusief bank- en verzekeringsheffingen bedroegen in het verslagkwartaal 1 209 miljoen euro. Exclusief het wisselkoerseffect daalden ze met 1% ten opzichte van het vorige kwartaal en stegen ze met 6% jaar-op-jaar (5% jaar-op-jaar op organische basis). De lichte daling ten opzichte van het vorige kwartaal was het gevolg van een combinatie van lagere personeelskosten (het negatieve effect van loondrift en indexering werd ruimschoots gecompenseerd door het feit dat in het vorige kwartaal een uitzonderlijke bonus voor het personeel was opgenomen naar aanleiding van het uitstekende resultaat in 2025) en hogere ICT-, facilitaire en marketingkosten, professionele vergoedingen en afschrijvingen. De jaar-op-jaarstijging werd veroorzaakt door hogere personeelskosten, ICT-uitgaven, marketingkosten, professionele vergoedingen en afschrijvingen.

De wisselkoerseffecten, de recente overnames en de eenmalige winstbonus voor werknemers buiten beschouwing gelaten, stegen de exploitatiekosten exclusief bank- en verzekeringsheffingen op vergelijkbare basis in de eerste helft van het jaar met 3,4% jaar-op-jaar, volledig in lijn met onze verwachtingen ter zake. Voor een indicatie van de verwachte exploitatiekosten in 2026 en de volgende jaren verwijzen we naar het deel 'Onze verwachtingen'.

De bank- en verzekeringsheffingen bedroegen in het verslagkwartaal 64 miljoen euro, heel wat minder dan de 549 miljoen euro in het voorgaande kwartaal, omdat het grootste deel van de bank- en verzekeringsheffingen voor het hele jaar traditioneel in het eerste kwartaal van het jaar wordt geboekt. Jaar-op-jaar stegen de bank- en verzekeringsheffingen met 37 miljoen euro, voornamelijk als gevolg van hogere nationale heffingen (voornamelijk in Hongarije) en een hogere bijdrage aan de depositogarantiestelsels (voornamelijk in Bulgarije).

Wanneer bepaalde niet-operationele posten buiten beschouwing worden gelaten en de bank- en verzekeringsheffingen gelijkmatig over het jaar worden gespreid, bedroeg de kosten-inkomstenratio 43% voor het eerste halfjaar van 2026, tegenover 46% voor het boekjaar 2025. Als we alle bank- en verzekeringsheffingen buiten beschouwing laten, bedroeg de kosten-inkomstenratio 40%, tegenover 41% voor heel 2025.

Waardeverminderingen op kredieten: 66 miljoen euro nettowaardevermindering
t.o.v. 164 miljoen euro in het vorige kwartaal en 116 miljoen euro in hetzelfde kwartaal vorig jaar

In het verslagkwartaal boekten we een nettowaardevermindering op kredieten van 66 miljoen euro, tegenover een nettowaardevermindering van 164 miljoen euro in het vorige kwartaal en van 116 miljoen euro in hetzelfde kwartaal van vorig jaar. Exclusief de recente overnames bedroegen de nettowaardeverminderingen op kredieten 57 miljoen euro in het afgelopen kwartaal.

De nettowaardevermindering van 66 miljoen euro in het verslagkwartaal bestond uit:

  • een waardevermindering van 53 miljoen euro met betrekking tot de kredietportefeuille, een daling ten opzichte van de 89 miljoen euro in het vorige kwartaal;
  • een toename van 13 miljoen euro van de reserve voor geopolitieke en macro-economische onzekerheden, tegenover een veel hogere toename van 75 miljoen euro door een management overlay in het vorige kwartaal (zie ook de risicoverklaring verderop en Note 3.9 bij de financial statements van het kwartaalverslag). Bijgevolg bedroeg de resterende reserve voor geopolitieke en macro-economische onzekerheden 188 miljoen euro eind juni 2026.

De resulterende kredietkostenratio voor het eerste halfjaar van 2026 bedroeg 0,11% (als we de wijzigingen in de reserve voor geopolitieke en macro-economische onzekerheden en de overname van 365.bank buiten beschouwing laten), tegenover 0,13% voor heel 2025. Inclusief de reserve voor geopolitieke en macro-economische onzekerheden en 365.bank bedroeg de kredietkostenratio 0,17% voor het eerste halfjaar van 2026. Eind juni 2026 stond 1,8% van onze totale kredietportefeuille te boek als impaired (categorie 3), hetzelfde niveau dus als eind 2025. De impaired kredieten die meer dan 90 dagen achterstallig zijn, bedroegen 1,0% van de kredietportefeuille, tegenover 0,9% eind 2025.

Voor een indicatie van de verwachte kredietkostenratio in 2026 en de volgende jaren verwijzen we naar het deel 'Onze verwachtingen'.

De waardeverminderingen op andere activa dan kredieten bedroegen 69 miljoen euro in het verslagkwartaal, tegenover 1 miljoen euro in het vorige kwartaal en 8 miljoen euro in hetzelfde kwartaal van vorig jaar. Het cijfer voor het verslagkwartaal omvatte voornamelijk waardeverminderingen op software in België en waardeverminderingen in verband met modificationverliezen in Hongarije (door de huidige onzekerheid over de lifetime verlenging van de renteplafondregeling, waarvan een deel in de komende kwartalen mogelijk kan worden teruggewonnen).

Nettoresultaat per divisie

België 747 miljoen euro; Tsjechië 272 miljoen euro; Internationale Markten 240 miljoen euro; Groepscenter -106 miljoen euro

België: op het eerste gezicht is het nettoresultaat (747 miljoen euro) met 136% gestegen tegenover het vorige kwartaal. Als we echter de bank- en verzekeringsheffingen buiten beschouwing laten (waarvan het grootste deel voor het hele jaar in het eerste kwartaal wordt geboekt en dus de vergelijking met het vorige kwartaal vertekent), steeg het nettoresultaat met 25% kwartaal-op-kwartaal, dankzij het gecombineerde effect van:

  • hogere totale opbrengsten (stijging in alle belangrijke inkomstenposten, behalve de ‘overige netto-inkomsten’);
  • een iets lager kostenniveau (het vorige kwartaal omvatte een uitzonderlijke bonus voor het personeel);
  • lagere lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten na herverzekering;
  • veel lagere waardeverminderingen (sterke daling van de waardeverminderingen op kredieten, deels gecompenseerd door een stijging van de overige waardeverminderingen).

Tsjechië: op het eerste gezicht is het nettoresultaat (272 miljoen euro) met 22% gestegen tegenover het vorige kwartaal. Als we de bank- en verzekeringsheffingen echter buiten beschouwing laten (het bedrag voor het hele jaar wordt grotendeels vooraf geboekt in het eerste kwartaal), steeg het nettoresultaat met 12% kwartaal-op-kwartaal, door het gecombineerde effect van:

  • hogere totale opbrengsten (stijging in alle belangrijke inkomstenposten, behalve de ‘overige netto-inkomsten’);
  • een iets lager kostenniveau (het vorige kwartaal omvatte een uitzonderlijke bonus voor het personeel);
  • hogere lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten na herverzekering;
  • veel lagere waardeverminderingen.

Internationale Markten: het nettoresultaat van 240 miljoen euro is als volgt verdeeld: 47 miljoen euro in Slowakije (waarbij de recente overnames in dit land tekenen voor 16 miljoen euro), 90 miljoen euro in Hongarije en 103 miljoen euro in Bulgarije. Voor de hele divisie steeg het nettoresultaat op het eerste gezicht met 142% kwartaal-op-kwartaal. Maar als we de bank- en verzekeringsheffingen buiten beschouwing laten (het grootste deel van het bedrag voor het hele jaar werd vooraf geboekt in het eerste kwartaal), daalde het nettoresultaat van de divisie met 6% kwartaal-op￾kwartaal, door het gecombineerde effect van:

  • hogere totale opbrengsten (in alle belangrijke inkomstenposten, behalve ‘overige netto-inkomsten’ en ‘trading￾en reëlewaarderesultaat’);
  • een nagenoeg stabiel kostenniveau (het vorige kwartaal omvatte een uitzonderlijke bonus voor het personeel);
  • nagenoeg stabiele lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten na herverzekering;
  • veel hogere waardeverminderingen (voornamelijk met betrekking tot modificationverliezen die verband houden met de lifetime verlenging van het renteplafond in Hongarije – zie hierboven).

Groepscenter: het nettoresultaat (- 106 miljoen euro) was 24 miljoen euro negatiever dan in het vorige kwartaal, als gevolg van:

  • iets negatievere totale opbrengsten;
  • hogere kosten;
  • hogere lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten na herverzekering;
  • een kleinere terugname van waardeverminderingen.

In het deel Additional information van het kwartaalverslag vindt u een volledige resultatentabel. Een korte analyse van de resultaten per divisie vindt u in onze analistenpresentatie op www.kbc.com.

Solvabiliteit en liquiditeit

* Exclusief windfall verzekeringsbelastingen in Hongarije bedroeg de gecombineerde ratio 87% voor 1H2026 en 88% voor heel 2025.

Common equity ratio 14,4%, LCR 158%, NSFR 133%

Eind juni 2026 bedroeg ons totale eigen vermogen 28,1 miljard euro, waarvan 25,5 miljard euro eigen vermogen van de aandeelhouders, 2,5 miljard euro additional tier 1-instrumenten en 0,1 miljard euro minderheidsbelangen. Het totale eigen vermogen steeg met 0,2 miljard euro ten opzichte van eind 2025. Dat kwam door het gecombineerde effect van:

  • de opname van de winst over het eerste halfjaar van 2026 (+ 1,7 miljard euro);
  • de betaling van het slotdividend voor 2025 in mei 2026 (- 1,6 miljard euro);
  • hogere herwaarderingsreserves (+ 0,1 miljard euro);
  • een aantal kleinere posten.

We hebben deze wijzigingen toegelicht in het deel Consolidated financial statements van het kwartaalverslag, onder Consolidated statement of changes in equity.

Eind juni 2026 bedroeg onze unfloored fully loaded common equity ratio (CET1) 14,4%. Zonder de impact van de recente overnames bleef onze CET1-ratio grotendeels stabiel ten opzichte van eind december 2025. De recente SRT-transactie met betrekking tot een portefeuille bedrijfskredieten ter waarde van 1,25 miljard euro leidde tot een besparing van 0,7 miljard euro aan risicogewogen activa en had in het tweede kwartaal van 2026 een positief effect op de CET1 van ongeveer 7 basispunten. De solvabiliteitsratio van KBC Verzekeringen volgens het Solvency II-kader bedroeg 231% eind juni 2026, tegenover 227% eind 2025. Voor meer details over de solvabiliteit, zie 'Solvency' in het deel 'Additional information' van het kwartaalverslag.

Ook onze liquiditeitspositie bleef uitstekend, wat zich uit in een LCR-ratio van 158% en een NSFR-ratio van 133%, tegenover respectievelijk 159% en 138% eind 2025. Die cijfers liggen allemaal ruim boven het wettelijke minimum van 100%.

In overeenstemming met ons dividendbeleid zullen we op 6 november 2026 een interim-dividend van 1 euro uitkeren als voorschot op het totale dividend over het boekjaar 2026.

België1H2026FY2025Tsjechië1H2026FY2025Internationale Markten1H2026FY2025
Selectie van ratio’s per divisie
Kosten-inkomstenratio
- excl. niet-operationele elementen en bij gelijke spreiding van de bank- en verzekeringsheffingen over het jaar.
- excl. volledige bank- en verzekeringsheffingen
39%
37%
43%
39%
41%
40%
42%
41%
45%
37%
45%
37%
Gecombineerde ratio, niet-levensverzekeringen83%86%83%87%91%*90%*
Kredietkostenratio
- exclusief de reserve voor geopolitieke en macro-economische onzekerheden en de recent overgenomen 365.bank
- inclusief de reserve voor geopolitieke en macro-economische onzekerheden en de recent overgenomen 365.bank
0,11%
0,16%
0,15%
0,13%
0,07%
0,13%
0,07%
0,10%
0,19%
0,27%
0,16%
0,18%
Ratio van impaired kredieten1,9%1,8%1,2%1,3%1,9%1,7%

Analyse van de year-to-date periode (1H2026)

Nettoresultaat 1H2026:1 709 miljoen euro
+9% jaar-op-jaar

Belangrijkste elementen (tegenover de eerste zes maanden van 2025, tenzij anders vermeld):

  • Nettorente-inkomsten: gestegen met 19% tot 3 477 miljoen euro. Dit was voornamelijk toe te schrijven aan het veel hogere resultaat uit commerciële transformatie, toegenomen rente-inkomsten uit kredietverlening, hogere rente￾inkomsten uit de dealingroom en, in mindere mate, lagere kosten verbonden aan de minimaal vereiste reserves aangehouden bij de centrale banken, hogere rente-inkomsten op termijndeposito’s van klanten, hogere rente￾inkomsten uit kortlopende cashmanagementactiviteiten, hogere rente-inkomsten uit inflatiegerelateerde obligaties en gestegen rente-inkomsten uit ALM-activiteiten. Het volume van klantenkredieten steeg met 7% op autonome basis, terwijl de klantendeposito’s (de buitenlandse kantoren van KBC Bank buiten beschouwing gelaten) met 4% stegen op autonome basis ten opzichte van vorig jaar. De nettorentemarge voor de eerste zes maanden van 2026 bedroeg 2,20%, een stijging met 14 basispunten jaar-op-jaar.
  • Het verzekeringstechnisch resultaat (verzekeringsinkomsten vóór afgestane herverzekering - lasten uit hoofde van verzekeringsdiensten vóór afgestane herverzekering + nettoresultaat uit afgestane herverzekering) steeg met 11% tot 341 miljoen euro (229 miljoen euro voor schadeverzekeringen en 112 miljoen euro voor levensverzekeringen). De gecombineerde ratio voor schadeverzekeringen voor de eerste zes maanden van 2026 kwam uit op 85%, tegenover 87% voor het boekjaar 2025. De verkoop van schadeverzekeringen (bruto geboekte premies) steeg met 9% tot 1 588 miljoen euro, met stijgingen in alle belangrijke verzekeringstakken, terwijl de verkoop van levensverzekeringen met 18% steeg tot 1 974 miljoen euro dankzij een hogere verkoop van tak 23- en tak 21-producten, terwijl de verkoop van hybride producten licht daalde.
  • De nettoprovisie-inkomsten stegen met 10% tot 1 487 miljoen euro. Dit was toe te schrijven aan hogere vergoedingen voor vermogensbeheerdiensten en, in mindere mate, voor bankdiensten (toegenomen provisie-inkomsten uit betalingsdiensten en effectendiensten, gedeeltelijk gecompenseerd door onder meer SRT-gerelateerde couponkosten). Eind juni 2026 was het totale beheerde vermogen met 17% gestegen tot 328 miljard euro door een combinatie van netto-instroom (+ 4 procentpunten) en het effect van een positieve marktprestatie jaar-op-jaar (+ 13 procentpunten).
  • Het trading- en reëlewaarderesultaat en de verzekeringsfinancieringsbaten of -lasten daalden met 132 miljoen euro tot - 211 miljoen euro. Dit was deels het gevolg van lagere inkomsten uit de dealingroom en, in mindere mate, een lager resultaat uit derivaten gebruikt voor balansbeheer en negatievere marktwaardeaanpassingen (xVA).
  • Alle overige inkomstenposten samen stegen met 3% tot 192 miljoen euro, voornamelijk door hogere dividendinkomsten en een iets lagere overige netto-inkomsten.
  • De exploitatiekosten exclusief bank- en verzekeringsheffingen stegen met 9% tot 2 423 miljoen euro, toe te schrijven aan hogere personeelskosten (door loondrift en een uitzonderlijke bonus voor het personeel naar aanleiding van de uitstekende resultaten voor 2025), hogere kosten voor ICT, marketing, professionele vergoedingen en afschrijvingen. Exclusief wisselkoerseffecten, de impact van de nieuwe overnames en de uitzonderlijke bonus voor het personeel stegen de exploitatiekosten met 3,4%, volledig in lijn met onze verwachtingen ter zake. De bank- en verzekeringsheffingen bedroegen 613 miljoen euro, een stijging van 8% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, deels als gevolg van hogere nationale heffingen (voornamelijk in Hongarije en België), en gedeeltelijk gecompenseerd door een lagere bijdrage aan de depositogarantiestelsels (voornamelijk in België). Wanneer bepaalde niet-operationele posten buiten beschouwing worden gelaten en de bank- en verzekeringsheffingen gelijkmatig over het jaar worden gespreid, bedroeg de kosten-inkomstenratio 43% voor de eerste zes maanden van 2026 (46% voor boekjaar 2025). Wanneer de bank- en verzekeringsheffingen volledig buiten beschouwing worden gelaten, bedroeg de kosten￾inkomstenratio voor de verslagperiode 40% (41% voor boekjaar 2025).
  • Waardeverminderingen op kredieten: een nettowaardevermindering van 231 miljoen euro, tegenover een nettowaardevermindering van 155 miljoen euro in de referentieperiode. De eerste zes maanden van 2026 omvatten een waardevermindering van 143 miljoen euro voor de kredietportefeuille en een toename van 88 miljoen euro in de reserve voor geopolitieke en macro-economische onzekerheden (tegenover respectievelijk een waardevermindering van 159 miljoen euro en een terugname van 5 miljoen euro in de referentieperiode). De resulterende kredietkostenratio voor het eerste halfjaar van 2026 bedroeg 0,11%, als we de wijzigingen in de reserve voor geopolitieke en macro￾economische onzekerheden en de overname van 365.bank buiten beschouwing laten. Als deze wel worden meegerekend, bedroeg de kredietkostenratio 0,17% voor het eerste halfjaar van 2026. De waardeverminderingen op andere activa dan kredieten bedroegen 70 miljoen euro (voornamelijk waardeverminderingen op software in België en waardeverminderingen in verband met modificationverliezen door de lifetime verlenging van het renteplafond in Hongarije – zie hierboven), tegenover 8 miljoen euro in de referentieperiode.
  • Het nettoresultaat van 1 709 miljoen euro voor de eerste zes maanden van 2026 kan als volgt worden uitgesplitst:
    o 1 063 miljoen euro voor divisie België, een stijging van 176 miljoen euro ten opzichte van een jaar geleden;
    o 494 miljoen euro voor divisie Tsjechië, een stijging van 47 miljoen euro;
    o 339 miljoen euro voor divisie Internationale Markten, een daling van 32 miljoen euro. Zonder de aanzienlijke windfall bank- en verzekeringsbelastingen en de waardeverminderingen op modificationverliezen in Hongarije zou het nettoresultaat 81 miljoen euro hoger zijn geweest;
    o - 188 miljoen euro voor het Groepscenter, een daling van 46 miljoen euro.

ESG-ontwikkelingen, risicoverklaring en economische visie

ESG-ontwikkelingen

KBC blijft zijn duurzaamheidsstrategie in al zijn kernactiviteiten verder uitbouwen en ondersteunt klanten en stakeholders in de transitie naar een duurzamere economie. Meer informatie over onze aanpak, prestaties en vooruitgang vindt u in onze Duurzaamheidsverklaring (opgenomen in het jaarverslag) en in ons vrijwillige Sustainability Report (beschikbaar op www.kbc.com). Zoals vermeld in het recentste Sustainability Report, hebben we in 2025 in totaal 34 miljard euro aan kredieten verstrekt ter ondersteuning van diverse milieudoelstellingen, wat de groeiende bijdrage van duurzame financiering binnen onze portefeuille onderstreept.

Onze inspanningen worden blijvend erkend door toonaangevende externe organisaties. De groep werd opnieuw opgenomen in het S&P Global Sustainability Yearbook en werd erkend voor 25 jaar ononderbroken deelname aan de S&P Global Corporate Sustainability Assessment (CSA). KBC is ook nog steeds opgenomen in toonaangevende duurzaamheidsindexen, waaronder de FTSE4Good Index Series, en kan bogen op verschillende sterke ESG-ratings. Deze brede erkenning getuigt van onze consequente focus op duurzaamheid en ons engagement om waarde op lange termijn te creëren voor alle stakeholders

Risicoverklaring

Omdat we hoofdzakelijk actief zijn als bank-verzekeraar en vermogensbeheerder, zijn we blootgesteld aan een aantal typische risico’s voor de financiële sectoren, zoals – maar zeker niet uitsluitend – kredietrisico, kredietrisico van tegenpartijen, concentratierisico, interestrisico, muntrisico, marktrisico, liquiditeits- en financieringsrisico, risico van aangegane verzekeringsverplichtingen, wijzigingen in de regelgeving, operationeel risico, betwistingen van klanten, concurrentie van andere en nieuwe spelers en de economie in het algemeen. Hoewel KBC al die risico's nauwlettend opvolgt en beheert binnen een strikt risicokader, kunnen ze toch een negatieve invloed hebben op de waarde van activa of bijkomende kosten genereren boven de verwachte niveaus.

Momenteel wordt een aantal factoren als de belangrijkste uitdagingen beschouwd voor de financiële sector in het algemeen. Die factoren komen vooral voort uit geopolitieke risico's die de afgelopen jaren aanzienlijk zijn toegenomen, waaronder de oorlog in Oekraïne, conflicten in het Midden-Oosten (zie volgende alinea), handelsoorlogen als gevolg van het Amerikaanse tariefbeleid en, meer algemeen, de toenemende spanningen tussen de VS en Europa. Deze risico's resulteren of kunnen resulteren in schokken voor het wereldwijde economische systeem (bv. bbp en inflatie) en de financiële markten (inclusief rentetarieven). Ook de Europese economieën, waaronder de thuismarkten van KBC, worden beïnvloed en dat creëert een onzeker bedrijfsklimaat, ook voor financiële instellingen. De onzekerheid over de regelgeving en compliancerisico's, bijvoorbeeld met betrekking tot de kapitaalvereisten, de antiwitwasregelgeving, GDPR en ESG/duurzaamheid, blijven eveneens een overheersend thema in de sector, evenals een betere bescherming van de consument. Digitalisering (met technologie en AI als katalysator) creëert zowel kansen als bedreigingen voor het businessmodel van traditionele financiële instellingen, terwijl klimaat- en milieugerelateerde risico's hand over hand toenemen. Het cyberrisico is de voorbije jaren een van de belangrijkste bedreigingen geworden, niet alleen voor de financiële sector, maar voor de economie in haar geheel. Dat wordt deels gedreven door geopolitieke spanningen (state-sponsored cyberaanvallen), maar wordt ook steeds meer mogelijk gemaakt door nieuwe technologieën, zoals de recente ontwikkelingen rond verschillende pionier AI-bedrijven, die met behulp van AI kwetsbaarheden kunnen opsporen. KBC heeft al de nodige acties ondernomen om de waakzaamheid en de capaciteit te verhogen om een zekere toename van zero day-kwetsbaarheden te verwerken. Ten slotte zagen we regeringen in heel Europa aanvullende maatregelen nemen om hun begrotingen te ondersteunen (via hogere belastingbijdragen van de financiële sector) en ook hun burgers en bedrijven (door bijvoorbeeld renteplafonds op leningen in te voeren of aan te dringen op hogere rentes op spaarrekeningen).

De afgelopen maanden werden gedomineerd door het gewapende conflict tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran dat eind februari 2026 begon. Het conflict heeft geleid tot regionale en in toenemende mate wereldwijde instabiliteit door een verstoring van handelsroutes en toeleveringsketens, met name op de energiemarkten en andere markten die afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen, en veroorzaakt grote volatiliteit op de financiële markten. De financiële voorwaarden zijn strenger geworden, wat de financieringsmarkten soms onder druk zet. Bijgevolg zijn de wereldwijde en Europese economische groeiprognoses naar beneden bijgesteld, terwijl de inflatieverwachtingen zijn gestegen. Dat heeft ook de onzekerheid over het verloop van de rente vergroot, die de afgelopen maanden al is gestegen. De directe blootstelling van KBC aan het Midden-Oosten is zeer beperkt. Niettemin volgt KBC nauwlettend de macro-economische impact van het conflict en de mogelijke overloopeffecten voor de groep en zijn klanten, zowel financieel als operationeel, met bijzondere aandacht voor energiegerelateerde en energiegevoelige sectoren en tegenpartijen. Geopolitiek gedreven cyberdreigingen zijn een bijkomend aandachtspunt, met verhoogde dreigingen aan het adres van grote in de VS gevestigde technologiebedrijven, die een belangrijke rol spelen als leveranciers van kritieke digitale infrastructuur voor de financiële sector, waaronder KBC.

We verstrekken informatie met betrekking tot het risicobeheer in ons jaarverslag, onze kwartaalverslagen en risk reports, die allemaal beschikbaar zijn op www.kbc.com.

Onze kijk op economische groei, rentevoeten en wisselkoersen

Het tweede kwartaal van 2026 werd gedomineerd door de geopolitieke gebeurtenissen rond de Straat van Hormuz en de gevolgen daarvan voor de wereldwijde energieprijzen.

In het tweede kwartaal groeide de economische activiteit in de VS met 0,4 % (niet geannualiseerd), iets minder dan in het eerste kwartaal. De binnenlandse economische groei en met name de arbeidsmarkt en de bedrijfsinvesteringen bleven veerkrachtig.

De groei van de economie in de eurozone was verrassend veerkrachtig in het tweede kwartaal (0,4%) en verbeterde ten opzichte van de nulgroei (0,0%) in het eerste kwartaal (hoewel de groei in het eerste kwartaal, exclusief de volatiele Ierse cijfers, positief was). De groei in onze kernlanden België, Tsjechië, Hongarije, Slowakije en Bulgarije bedroeg respectievelijk 0,0%, 0,4%, 0,4%, 0,1% (schatting) en 0,7% (schatting). In totaal zal de groei in de eurozone en onze kernmarkten in 2026 naar verwachting relatief zwak blijven als gevolg van de hoge energieprijzen en de economische onzekerheid.

In de eurozone bedroegen de algemene en de kerninflatie in juni respectievelijk 2,8% en 2,2%. Een tijdelijk staakt-het-vuren tussen de VS en Iran leidde – althans kort – tot lagere koersen voor olie- en gasfutures, maar de daaropvolgende hervatting van de vijandelijkheden zorgde ervoor dat de energieprijzen weer stegen. Door de toenemende onderliggende inflatiedruk verhoogde de ECB haar depositorente in juni met 25 basispunten tot 2,25%, maar liet ze ongewijzigd tijdens haar vergadering in juli. Gezien de opwaartse inflatierisico’s verwachten we in september een nieuwe renteverhoging met 25 basispunten tot 2,50%.

De Fed hield zijn beleidsrente in het tweede kwartaal ongewijzigd op 3,625%. Naar verwachting zal de Fed deze rente in het derde kwartaal eenmaal met 25 basispunten verhogen, vanwege de hoge inflatie in combinatie met een veerkrachtige arbeidsmarkt.

Sinds het begin van het tweede kwartaal zijn de Amerikaanse en Duitse 10 jaarsrentes met respectievelijk 33 en 17 basispunten gestegen, voornamelijk door de impact van de energieprijsschok op de inflatie, de implicaties daarvan voor het verwachte monetaire beleid en, in het geval van de VS, de solide binnenlandse economische groei.

In juni 2026 verhoogde de Tsjechische nationale bank (CNB) haar beleidsrente met 25 basispunten tot 3,75%. De CNB zal dit restrictieve rentebeleid wellicht nog enige tijd handhaven om het onderliggende opwaartse inflatierisico onder controle te krijgen. Door het algemene convergentieproces van de Tsjechische economie verwachten we dat de Tsjechische kroon de komende kwartalen verder zal appreciëren ten opzichte van de euro.

In juli 2026 verlaagde de Hongaarse centrale bank haar beleidsrente naar 5,75%. We verwachten nog een verlaging in het derde kwartaal en een voortzetting van de versoepelingscyclus in 2027. Een nog steeds restrictief monetair beleid en een sterke wisselkoers van de Hongaarse forint zullen de desinflatietrend versterken.

Onze verwachtingen

Verwachtingen voor het boekjaar 2026 (geactualiseerd)
Verwachtingen voor boekjaar 2026*
Totale opbrengstenong. +11,0% j-o-j (verhoogd van ‘minstens +9,9% j-o-j’ vroeger)
Nettorente-inkomstenong. 7,05 miljard euro (verhoogd van ‘minstens 6 725 miljoen euro’ vroeger)
Organische groei van het kredietvolumeminstens +6% j-o-j (verhoogd van ‘ong. +5% j-o-j’ vroeger)
Verzekeringsinkomsten (vóór afgestane herverzekering)ong. +9,0% j-o-j (verhoogd van ‘minstens +7,5% j-o-j’ vroeger)
Exploitatiekosten (exclusief bank- en verzekeringsheffingen)ong. +7,7% j-o-j* (ong. +3,4% j-o-j* organisch) (‘minder dan +7.7% j-o-j’* en’ minder dan 3,4’% j-o-j* vroeger)
Kosten-inkomstenratio (exclusief bank- en verzekeringsheffingen, maar inclusief betaalde verzekeringsprovisies)ong. 40% (ongewijzigd)
Gecombineerde ratio voor schadeverzekeringenminder dan 91% (ongewijzigd)
Kredietkostenratioruim onder 25-30 basispunten (ongewijzigd)

j-o-j: jaar-op-jaar
* Bevat niet de 23 miljoen euro éénmalige bonus voor het personeel.

Verwachtingen op middellange tot lange termijn (zoals gepubliceerd bij de 4KW2025-resultaten)
Verwachtingen voor boekjaar 2028
Totale opbrengsten CAGR (2025-2028)minstens +7,7%
Nettorente-inkomsten CAGR (2025-2028)minstens +8,6%
Verzekeringsinkomsten (vóór afgestane herverzekering) CAGR (2025-2028)minstens +7,5%
Exploitatiekosten (exclusief bank- en verzekeringsheffingen) CAGR (2025-2028)minder dan +4,3%
Kosten-inkomstenratio (exclusief bank- en verzekeringsheffingen, maar inclusief betaalde verzekeringsprovisies)minder dan 38%
Gecombineerde ratio voor schadeverzekeringenminder dan 91%
Kredietkostenratioruim onder 25-30 basispunten
Dividend- en kapitaalaanwendingsbeleid(zoals gepubliceerd bij de 1KW2025-resultaten)
  • Dividendbeleid:
    • uitkeringsratio (inclusief AT1-coupon) tussen 50% en 65% van de geconsolideerde winst van het boekjaar;
    • een interim-dividend van 1 euro per aandeel in november van elk boekjaar als voorschot op het totale dividend.
  • Kapitaalaanwendingsbeleid:
    • We streven ernaar bij de beter gekapitaliseerde financiële instellingen in Europa te blijven.
    • Elk jaar zal de Raad van Bestuur bij de bekendmaking van de jaarresultaten naar eigen goeddunken een beslissing nemen over de aanwending van kapitaal. De focus zal voornamelijk liggen op verdere organische groei en fusies en overnames.
    • We beschouwen een unfloored fully loaded common equity ratio van 13% als het minimum.
    • We zullen de AT1- en tier 2-buckets binnen de P2R opvullen en SRT's (Significant Risk Transfers) gebruiken als onderdeel van een programma om de risicogewogen activa te optimaliseren.

Agenda en verwijzingen

Agenda
Interim dividend van 1 euro: ex-coupon: 4 nov.2026, record: 5 nov.2026, payment 6 nov.2026
3KW2026 resultaten: 12 november 2026
4KW2026/FY2026 resultaten en thema-event: 11 februari 2027
Andere events: www.kbc.com / Investor Relations / Financiële kalender
Meer informatie over het verslagkwartaal

Kwartaalverslag: www.kbc.com / Investor Relations / Rapporten
Bedrijfspresentatie: www.kbc.com / Investor Relations / Presentaties

Kurt De Baenst
Investor Relations, KBC Groep
+ 32 472 50 04 27 – kurt.debaenst@kbc.be

Katleen Dewaele
directeur Corporate communicatie/woordvoerster
KBC Groep
+ 32 475 78 08 66 – katleen.dewaele@kbc.be

KBC Groep NV – Havenlaan 2, 1080 Brussel
KBC persberichten zijn beschikbaar op www.kbc.com of kunnen worden verkregen door een e-mail te sturen naar pressofficekbc@kbc.be

* Dit nieuwsbericht bevat informatie waarop de Europese transparantieregelgeving voor beursgenoteerde bedrijven van toepassing is.

Voir toutes les actualités de KBC